Een efficiënte magazijnorganisatie is cruciaal voor productiviteit en rendabiliteit. Toch zorgen in veel bedrijven ongeschikte magazijnstrategieën voor hoge voorraadkosten, bemoeilijken ze de planning en leiden ze tot waardeverlies. Vooral bij bederfelijke goederen of omvangrijke materialen is het belangrijk het juiste principe te kiezen.
Met LIFO (Last In – First Out) en FIFO (First In – First Out) bestaan er twee fundamentele benaderingen die in hoge mate beïnvloeden hoe bedrijven hun voorraden verplaatsen en waarderen. Maar waarin verschillen LIFO en FIFO precies? En welke methode is geschikt voor welke sector?
Verschil tussen LIFO en FIFO
De verbruiksvolgorden LIFO en FIFO behoren tot de belangrijkste basisprincipes van magazijnlogistiek. Beide bepalen in welke volgorde u goederen verplaatst, waardeert en verkoopt.
FIFO uitgelegd: zo werkt “First In – First Out”
Het FIFO-principe (First In – First Out) beschrijft dat de eerst ingestapelde goederen ook als eerste weer worden uitgenomen. Het proces is dus tijdsvolgordelijk: oudere voorraden verlaten het magazijn vóór de nieuw toegekomen goederen. Zo voorkomen bedrijven dat goederen verouderen of ongebruikt blijven.
In sectoren met bederfelijke producten is FIFO essentieel om verliezen te vermijden. Vooral in de voedings- of farmaceutische industrie zorgt het ervoor dat oudere goederen eerst worden verkocht. Een typisch voorbeeld is de supermarkt: medewerkers plaatsen nieuwe leveringen bewust achteraan in het schap en schuiven oudere producten naar voren. Op deze manier “rolt” de voorraad en verlaten producten met een kortere resterende houdbaarheid het magazijn of schap als eerste.
Voor deze vorm van opslag zijn doorrolstellingen bijzonder geschikt, omdat ze een duidelijke structuur en goed overzicht bieden. Terwijl FIFO vooral in sectoren met houdbaarheidsdata onmisbaar is, hanteert LIFO een heel andere logica. Laten we deze methode nader bekijken.
LIFO uitgelegd: zo werkt “Last In – First Out”
LIFO (Last In – First Out) als verbruiksvolgorde betekent dat de laatst ingestapelde goederen ook als eerste weer worden uitgenomen. Het proces volgt een soort “stapellogica”: medewerkers nemen bij voorkeur de nieuwe voorraden, omdat die bovenop of vooraan liggen, terwijl oudere voorraden op de achtergrond blijven.
Deze methode is vooral geschikt voor sectoren waarin producten niet bederfelijk zijn of waar het vooral gaat om de snelle beschikbaarheid van nieuwe partijen. Typische voorbeelden zijn de bouwmaterialenhandel of de metaalhandel, waar materialen zoals staalprofielen, buizen of prefab betonelementen flexibel en robuust moeten worden opgeslagen.
In de praktijk wordt LIFO vaak gerealiseerd met dynamische stellingen zoals push-back-stellingen. Pallets worden hierbij achter elkaar op verrijdbare wagens of rollenbanen ingeschoven, zodat bij elke uitname automatisch de volgende pallet naar voren beweegt. Zo kan de stapellogica efficiënt en plaatsbesparend worden toegepast.
Voorraadwaardering met FIFO en LIFO
Opdat bedrijven hun voorraden correct kunnen rapporteren, moeten zij regelmatig de beginvoorraad, eindvoorraad en de daaruit resulterende restvoorraad vastleggen. Deze cijfers zijn nodig om voorraden correct te waarderen en een zuivere balans mogelijk te maken.
Naast de verbruiksvolgorden LIFO en FIFO bestaan er ook methoden zoals HIFO (Highest In – First Out) of LOFO (Lowest In – First Out). Deze spelen in de praktijk nauwelijks een rol, maar worden theoretisch besproken in verband met de waardering van inkoopprijzen.
In tijden van fluctuerende inkoopprijzen kan juist de keuze van de verbruiksvolgorde de winst – en daarmee ook de belastingdruk – beïnvloeden. Daarom moeten bedrijven deze beslissing niet alleen logistiek, maar ook bedrijfseconomisch bekijken.
Juridische & fiscale aspecten
In de discussie over de keuze tussen LIFO en FIFO speelt het Duitse Handelsgesetzbuch (HGB) een centrale rol. Volgens § 256 HGB zijn zowel de LIFO- als de FIFO-methode handelsrechtelijk toegestaan als vereenvoudigde waarderingsmethoden, mits zij voldoen aan de principes van ordelijke boekhouding.
Fiscaal daarentegen wordt in Duitsland uitdrukkelijk alleen de LIFO-methode erkend (§ 6 lid 1 nr. 2a EStG). De FIFO-methode vindt geen toepassing in het belastingrecht, maar wordt in de handelsrechtelijke praktijk wel gebruikt – met name door bedrijven met internationale betrekkingen, aangezien FIFO binnen de International Financial Reporting Standards (IFRS) gangbare praktijk is.
Omdat de keuze van de waarderingsmethode voor voorraden directe gevolgen heeft voor de gerapporteerde winst en de belastingdruk, is het raadzaam tijdig professionele ondersteuning in te schakelen van belastingadviseurs of accountants. Zij kunnen helpen de passende methode rechtsconform en economisch zinvol te implementeren.
FIFO en LIFO in kengetallen & controlling
De keuze tussen LIFO en FIFO heeft bovendien directe invloed op cruciale kengetallen die bepalend zijn voor de beoordeling en sturing van voorraden. Deze kengetallen vormen de basis voor een correcte voorraadwaardering en voor bedrijfseconomische besluitvorming.
| Kengetal | FIFO | LIFO | Effect in het bedrijf |
| Gemiddelde voorraadwaarde | stijgt bij prijsstijgingen langzamer, omdat oudere (goedkopere) voorraden eerst worden verbruikt | stijgt sneller, omdat nieuwe (duurdere) voorraden langer in het magazijn blijven | beïnvloedt solvabiliteit & balanstotaal |
| Materiaalverbruik | gebaseerd op oudere prijzen → lagere gerapporteerde kosten | gebaseerd op hogere prijzen → hogere gerapporteerde kosten | directe invloed op winst en belastingdruk |
| Voorraadomloopsnelheid | doorgaans hoger, omdat oude voorraden niet “blijven liggen” | doorgaans lager, omdat oude voorraden kunnen blokkeren | toont de efficiëntie van het magazijnbeheer |
| Liquiditeit | meer kapitaal gebonden wanneer prijzen stijgen | minder kapitaal gebonden, doordat lagere winst → lagere belastingdruk | belangrijk voor financiële planning |
Voor controlling, planning en sturing zijn deze waarden onmisbaar. Alleen op basis van betrouwbare kengetallen kunnen bedrijven voorraden optimaliseren, kosten verlagen en de leveringszekerheid waarborgen. Nadat we de methoden en hun effecten hebben bekeken, rijst de praktische vraag: hoe vinden bedrijven de juiste strategie?
Praktische tips voor het kiezen van de juiste methode
De keuze voor de juiste magazijnstrategie hangt af van meerdere factoren – van het producttype en de magazijnstructuur tot en met juridische voorschriften.
Producttype
Bij producten met beperkte houdbaarheid is FIFO de enige zinvolle keuze. Levensmiddelen, farmaceutische producten of cosmetica moeten volgens het “First In – First Out”-principe worden opgeslagen om kwaliteitsverlies en juridische problemen (bijv. verlopen houdbaarheidsdata) te vermijden.
Bij duurzame en robuuste goederen, zoals bouwmaterialen, metalen of machineonderdelen, is LIFO vaak praktischer. Aangezien houdbaarheid hier geen rol speelt, telt vooral de snelle uitname van de laatst geleverde goederen, die meestal in de buurt van de goederenontvangst worden opgeslagen.
Magazijngrootte en -structuur
In kleinere, overzichtelijke magazijnen met duidelijk gemarkeerde stellingen of doorrolstellingen laat FIFO zich zeer efficiënt toepassen. Daar kunnen medewerkers of automatische systemen zonder problemen eerst de oudere voorraden uitnemen.
In grootschalige magazijnen of bij blok- en stapelopslag, zoals gebruikelijk in de bouwmaterialenhandel, stuit FIFO op zijn grenzen. Hier is LIFO praktischer, omdat nieuwe goederen vaak vóór de oude worden gestapeld – een herinrichting zou veel tijd en kosten vergen.
Kapitaalbinding
FIFO zorgt ervoor dat oudere goederen eerst uitstromen. Daardoor daalt het risico op overvoorraad, afwaarderingen of zelfs verwijderingskosten. Kapitaal blijft niet onnodig in het magazijn gebonden, wat de balans ontlast.
LIFO kan in tijden van stijgende inkoopprijzen fiscale voordelen bieden. Doordat de laatst – en dus duurder – ingekochte goederen eerst worden verbruikt, wordt een hogere materiaalkost geboekt. De gerapporteerde winst daalt, en daarmee ook de belastingdruk. Dit creëert op korte termijn liquiditeit die elders in het bedrijf kan worden benut.
Juridische voorschriften
Terwijl het Handelsgesetzbuch (HGB) zowel FIFO als LIFO toestaat, erkent het Duitse belastingrecht uitdrukkelijk alleen de LIFO-methode (§ 6 Abs. 1 Nr. 2a EStG). FIFO is fiscaal niet relevant, maar wordt in internationale context – bijvoorbeeld volgens IFRS – vaak toegepast. De IFRS (International Financial Reporting Standards) zijn een wereldwijd erkend stelsel voor financiële verslaggeving.
Bedrijven met internationale bedrijfsrelaties moeten daarom nagaan welke regels voor hun verslaggeving leidend zijn. Een verkeerde aanpak kan niet alleen fiscale nadelen opleveren, maar ook problemen bij controles veroorzaken.
Daarnaast moeten bedrijven niet alleen letten op de methode, maar ook op de staat van de gebruikte stellingsystemen. Regelmatige stellinginspecties borgen een efficiënte uitvoering. Maar wat gebeurt er als de verkeerde methode wordt gekozen? Dat blijkt duidelijk uit een blik op de risico’s.
Welke risico’s ontstaan bij een verkeerde strategie?
De verkeerde keuze van een magazijnstrategie heeft directe gevolgen voor kosten, efficiëntie en klanttevredenheid. In de levensmiddelensector kan een foutieve toepassing bijvoorbeeld fataal uitpakken. Als bijvoorbeeld een pallet yoghurt steeds weer naar achteren in het koelrek wordt geschoven, verlopen de oudere bekers voordat ze überhaupt in de verkoop komen. Dat betekent niet alleen goederenverlies, maar ook verwijderingskosten en in het slechtste geval imagoschade wanneer klanten bedorven producten reclameren.
Ook in de bouwmaterialenhandel blijkt hoe problematisch een verkeerde magazijnstrategie kan zijn. Als men daar niet met LIFO werkt maar ten onrechte FIFO toepast, blijven oudere pallets met bakstenen of metaalprofielen vaak diep in de stapel liggen. Dit bindt kapitaal voor lange tijd en blokkeert waardevolle magazijnruimte. Bovendien moeten medewerkers extra tijd en moeite investeren om bij deze voorraden te komen. Het is dus een duidelijk efficiëntieverlies dat de hele magazijnlogistiek beïnvloedt.
Conclusie
De keuze tussen LIFO en FIFO is geen kwestie van “beter” of “slechter”, maar van passendheid. Afhankelijk van de sector, het product en de magazijnstructuur speelt een van beide methoden zijn sterke punten uit – hetzij bij het voorkomen van bederf, het optimaliseren van kengetallen of het behalen van fiscale voordelen. Wie deze factoren in aanmerking neemt, legt de basis voor efficiënt voorraadbeheer en een duurzame bedrijfsstrategie.
Wilt u weten welke stellingsystemen optimaal passen bij uw LIFO- of FIFO-strategie? Onze vakspecialisten ondersteunen u graag – neem nu contact met ons op voor persoonlijk advies.

